Home >> Blog >> De witte deur

Upcomming Gigs

  • 01 - 07 - 2012 | 16.00 Park bij de Euromast
  • 05 - 10 - 2012 | 20.00 poppodium 013

Recente blog posts

De witte deur

Home

In de reeks “Bijna Beatle-momenten” het volgende, opmerkelijke relaas.

Het was in het jaar des heren 1981 dat ik met school op werkweek ging. Niet ver van de Drentse hoofdstad Assen, ongeveer halverwege de dorpen Rolde en Borger ligt, deels verscholen in een donker sparrenwoud, het gehucht Papenvoort. Hier woonde ik dus, in een huis gelegen al aan de bosrand. Papenvoort had geen winkels, scholen of zelfs maar een dorpskern. Er reed wel een bus doorheen, maar je moest hard rennen om er op te kunnen springen. Meestal ging ik op de fiets overal naartoe. Zoals naar Assen. Een jaar later, toen ik er naar school ging, zou de angst voor de grote provinciehoofdstad geleidelijk verdwijnen, maar in de tijd die ik hier beschrijf kwam ik er zo weinig mogelijk. Slechts zo eens in de twee a drie maanden, als ik genoeg zakgeld had gespaard en met behulp van mijn Beatlesbijbel (“The Beatles, het volledige platenverhaal”, door Roy Carr en Tony Tyler) een strategie had bepaald, ondernam ik de vijftien kilometer lange tocht. Door weer en wind, Linea recta naar warenhuis Vanderveen, om een nieuwe Beatlesplaat te kopen. In Assen had je straatlantaarns, viaducten, flatgebouwen, kruispunten met stoplichten en zebrapaden, toeterende auto’s, stadsbussen en andere grootstedelijke grandeur. Om nog maar niet te spreken van het station, waar de intercity stopte.

Deze intimiderende plaatsen meed ik zorgvuldig. Echter, teneinde de platenzaak te bereiken, moest ik me wel in het centrum begeven, temidden van het winkelend publiek. Daar liep in dan schielijk rond, voortdurend op mijn hoede voor die luidruchtige, stadse figuren. Overbodig te zeggen dat ik later weer bijzonder opgelucht de bebouwde kom achter me kon laten, met aan het fietsstuur de bungelende plastic tas waarin de felbegeerde zwarte schijf in z’n heilige hoes prijkte. Aan de hand van deze inleidende periodeschets moge het duidelijk zijn dat ik in een metropool zoals het verre, gevaarlijke Amsterdam al helemaal niets te zoeken had. Nee, de verlokkingen van dergelijke oorden zouden zich pas veel later gaan manifesteren.

Maar intussen gingen we dus wel op werkweek. Vanuit Rolde. Naar hartje Londen. Gekkenwerk vond ik het! Waren die leraren niet goed bij hun hoofd? Hadden we niet gewoon naar het veenmuseum in Bargercompascuum kunnen gaan? Of desnoods een weekje kamperen in Jipsingboermussel?

Toen ik van de ergste schrik bekomen was en noodgedwongen aan het idee begon te wennen, groeide er langzaam een opwindend besef in mijn geest. Een inzicht dat uiteindelijk steeds meer terrein won op mijn fobieën. In Londen hadden immers de Beatles het grootste deel van hun artistieke carrière doorgebracht! Bovendien moesten er platenwinkels zijn, waar je bijzondere en zeldzame elpees kon krijgen, die warenhuis Vanderveen slechts na moeizaam speurwerk zou kunnen bestellen.

Wederom werd het Beatlesboek geraadpleegd. Nadat hieruit diverse curiosa, historische locaties en andere belangrijke informatie waren genoteerd, ontvouwde zich een stoutmoedig plan!

Eenmaal gearriveerd in de immense wereldstad werden er tijdens de eerste dagen met de gehele groep verschillende verplichte, toeristische attracties bezocht, maar toen kwam er het moment dat we een aantal uren vrij mochten besteden. Uiteraard was er een ontmoetingsplek op Piccadilly Circus afgesproken, die zelfs door wereldvreemde Drentse plattelandspubers teruggevonden zou kunnen worden, alsmede een aantal gedragsregels en een noodplan. Inmiddels een klein beetje geacclimatiseerd gingen we op pad, gewapend met fotocamera’s en een stadskaart. Schoolkameraad Klaas, die orgel speelde en de Beatles ook wel goed vond en ik. Met bonzend hart en knikkende knieën, dat dan weer wel.

Al vrij spoedig liepen we door Saville Row, op zoek naar nummer drie. Het gebouw van platenmaatschappij Apple en het voormalige Beatles-hoofdkwartier.

En hier speelde zich een gebeurtenis af, waarvan ik me de potentiële impact toen totaal niet realiseerde, maar die achteraf gezien tot de meest bijzondere en absurde in mijn leven kan worden gerekend.

Voor het, deels in de steigers staande gebouw stond een half gevulde puincontainer en uit de deuropening hing een stofwolk. De beroemde witte voordeur echter, hing ongeschonden in zijn sponningen. Ik had het nodige over deze deur en zijn, door fans van over de hele wereld aangebrachte graffiti gelezen en wist dat dit een Beatles-relikwie was. De camera’s werden dus in de aanslag gebracht en we schoten een aantal foto’s, waarbij we natuurlijk probeerden het gehele oppervlak in beeld te brengen. Binnen hadden bouwvakkers reeds het grootste deel van het interieur tot op het beton kaal gesloopt. Een van hen kwam naar ons toe en sprak de onbegrijpelijke woorden: “Are you lads junks?” Belachelijk! Twee vijftienjarige knulletjes uit Rolde, junks? Die vent was zeker gestoord! Maar dat zei ik natuurlijk niet. Een tweede kerel constateerde vervolgens heel treffend: “They must be Beatles fans of course!” (Vreemd genoeg waren er op dat moment geen andere toeristen bij het gebouw aanwezig) De man vertelde dat het pand onlangs verkocht was aan een verzekeringsmaatschappij en dat ze thans met de verbouwing waren begonnen. Alles moest eruit. Of wij die deur mee wilden hebben?

De witte voordeur
De witte voordeur

Deze achteloos gestelde vraag dreunt vandaag de dag nog altijd na in mijn herinnering.

Het vijftienjarige, wereldvreemde knulletje uit de rimboe van Papenvoort sprak echter schaapachtig, na een schattende blik op de zware, twee meter hoge en tien centimeter dikke eikenhouten deur: “Nah, thank you. That door is much too heavy for us. How could we possibly bring it onboard the boat to Holland?” Of woorden van gelijke strekking. De bouwvakker haalde zijn schouders op; tja, hij had het in ieder geval aangeboden! Hierna vervolgden wij onze pelgrimstocht, nog vol van het bizarre aanbod. Wat een idiote vragen zeg! Rare jongens, die Engelsen!

Een bezoek aan de indrukwekkende “His Master’s Voice Shop” leverde inderdaad nog een waardevolle buit op: “The Beatles, Yesterday & Today” (helaas niet met de roemruchte “Butcher cover”), “The Beatles Tapes, from the David Wigg interviews”, de vreemde verzamelelpee “Hey Jude” en de verzamelaar “A Collection Of Beatles Oldies”. Blijkbaar had ik rond deze tijd reeds alle reguliere Beatlesplaten in mijn bezit, want dit zijn zeker rariteiten te noemen. Helaas liet de beperkte vrije tijd een excursie naar Abbey Road niet meer toe, hetgeen ik natuurlijk enorm betreurde. Anderzijds begonnen de twee heldhaftige Rolder scholieren ook een beetje benauwd te worden. Stel je voor dat de groep zonder ons vanaf Piccadilly Circus richting hotel zou vertrekken! De leiding had ons nog zo voor alle gevaar gewaarschuwd! (“Kijk de punkers die in de metro rondhangen nooit recht in de ogen!”) De gehaaste terugtocht bracht ons andermaal door Saville Row.

De voorgevel van het Applegebouw ging inmiddels volledig schuil achter de steigerstellingen en………..de witte voordeur was van zijn plaats verdwenen! Ik ben er vrij zeker van dat ik hem bovenop het puin in de container zag liggen.

Het zou in dit verband niet bijzonder interessant zijn om de rest van deze werkweek in Londen te verslaan, dus dat doe ik dan ook maar niet.

Bij thuiskomst bleek dat al mijn foto’s waren mislukt, doordat de kapper in Borger, waar ik het rolletje had gekocht, dit er verkeerd (!) ingezet had. Eerlijk gezegd was ik zelf ook nogal een nitwit met fotoapparatuur, dus ik had er niets van gemerkt. Natuurlijk heb ik Klaas maandenlang aan z’n kop gezeurd over wanneer hij nou zijn foto’s eens zou laten ontwikkelen. (hij woonde in De Kiel, bij Schoonoord, dus dat was indertijd begrijpelijkerwijs natuurlijk ook een heel avontuur!) Na verloop van tijd verdween de hele zaak langzaam maar zeker in de vergetelheid. Nadat onze schoolwegen zich scheidden verloren we elkaar spoedig volledig uit het oog.

Later, met name toen o.a. stukjes (gebruikt) wc papier van allerlei beroemde popartiesten de meest belachelijke prijzen gingen opbrengen op veilingen, dacht ik regelmatig terug aan dit onwaarschijnlijke voorval en het feit dat ik het onomstotelijke bewijs ervan waarschijnlijk nooit meer zou kunnen aantonen. Onlangs vond ik, al surfend,de volgende site:

witte-deur1

Lot nummer 195 betrof duidelijk een stuk van de bewuste witte voordeur. Hij was dus blijkbaar toch verloren gegaan!
Slechts een deel ervan was bewaard gebleven. Het jaartal kwam ook overeen. Het was alleen geen eikenhout, maar mahonie geweest!

Saville Row 3
Saville Row 3

Ineens werd ik weer nieuwsgierig naar wat er van Klaas Knol en zijn foto’s was geworden. Ik heb met behulp van Google aardig wat research gedaan. Vooralsnog echter zonder resultaat.

Inmiddels heb ik jeugdvriend Klaas teruggevonden op Hyves. Hij bevestigde het bizarre verhaal en we hebben er nog eens hartelijk om gelachen. Helaas had hij zelf z'n fotorolletje te lang in de camera laten zitten indertijd. Het tastbare bewijs voor dit avontuur is dus inderdaad voorgoed verdwenen.......

Onlangs was ik opnieuw in Londen. Toch weer langs Saville Row gegaan. Het was laat en donker en ik kon de verleiding niet weerstaan om op de nieuwe witte deursponning, ergens op een vrij plekje, aan de rechterkant, schielijk met een pen de volgende zin te krabbelen: "The original door could have been mine. I still regret refusing it in 1981"

Ach, ik weet het, vrij kinderachtig...... Maar voor mij was de cirkel daarmee weer rond

Share |